Zelf geurkaarsen maken: welke was, lont en geurolie je nodig hebt

Een geurkaars maken is minder ingewikkeld dan het lijkt. Je smelt was, roert er geurolie door, giet het in een potje met een lont en wacht. Het verschil tussen een kaars die mooi brandt en een kaars die tunnelt, roet of nauwelijks ruikt, zit in een paar keuzes vooraf. Welke was, welke lont, hoeveel geurolie en op welke temperatuur. Daar gaat dit stuk over, met een lijst van alles wat je nodig hebt.
Wat je nodig hebt
Voor twee of drie kaarsen in een glazen pot heb je dit nodig. Het meeste ligt al in de keuken.
- Kaarsenwas, bijvoorbeeld sojawas of raapzaadwas in vlokken (reken ongeveer op het volume van je potjes plus een beetje extra)
- Geurolie die geschikt is voor kaarsen, of etherische olie die de leverancier voor kaarsen aanraadt
- Lonten met een metalen voetje, in een dikte die past bij de doorsnede van je pot
- Lontstickers of een klein beetje lijm om de lont op de bodem te zetten
- Een lonthouder, of twee satéprikkers en een wasknijper
- Glazen potjes, blikjes of een ander hittebestendig bakje
- Een steelpan met water en een metalen schenkkan of maatbeker (au bain-marie)
- Een keukenthermometer
- Een keukenweegschaal
- Een lepel of spatel om te roeren
- Optioneel kleurstof voor kaarsen
Was, lonten en geurolie koop je in een hobbywinkel of bij een webwinkel in kaarsbenodigdheden, vaak ook als complete startset. Glazen potjes vind je bij IKEA, HEMA en de kringloop, en lege potten van oude kaarsen kun je gewoon schoonmaken en opnieuw gebruiken. Een keukenthermometer en een weegschaal heb je misschien al, anders liggen ze bij elke huishoudwinkel.
Welke was je kiest
Voor een eerste geurkaars is sojawas de makkelijkste keus. Hij smelt op lage temperatuur, is goed te verwerken en laat zich met warm water en zeep van je spullen wassen. Raapzaadwas lijkt er sterk op en komt vaker uit Europa. Bijenwas ruikt zelf al naar honing, wat mooi is maar met veel geurolies botst. Paraffine geeft de geur het sterkst af, maar is een aardolieproduct. Hoe die soorten zich verder tot elkaar verhouden, staat in soja, raapzaad of bijenwas vergeleken.
Ik zou beginnen met sojawas in een glazen pot. Een containerkaars hoeft niet zelf zijn vorm te houden, dus zachte was is daar juist prima.
De juiste lont en de juiste hoeveelheid geur
De lont bepaalt hoe de kaars brandt. Te dun en de vlam smelt alleen een kuiltje in het midden, waardoor de kaars tunnelt. Te dik en de vlam wordt groot, de kaars roet en het glas wordt heet. Lontleveranciers geven per lontdikte aan voor welke doorsnede hij bedoeld is, en dat is het enige getal dat je echt moet aanhouden. Een brede pot krijgt soms beter twee lonten dan één dikke. Wil je een knetterend vlammetje, dan kan het ook met een houten lont. Wat daar anders aan is, lees je in houten lont of katoenen lont.
Met geurolie is meer niet altijd beter. De Amerikaanse kaarsenleverancier CandleScience gebruikt in zijn handleiding voor sojakaarsen ongeveer zeven procent geurolie ten opzichte van het gewicht van de was. Voor een pond was is dat een flesje van 28 gram. Doe je er veel meer in, dan kan de olie niet allemaal in de was opgenomen worden en zweet hij er later uit. Weeg de olie daarom af in plaats van op het oog te schenken.
Zo maak je de kaars, stap voor stap
- Maak de potjes schoon en droog, zodat de lontsticker goed hecht. Zet de lont precies in het midden van de bodem.
- Smelt de was au bain-marie, in een schenkkan in een pan met zacht kokend water. Nooit direct op het vuur.
- Laat de was zo nodig iets afkoelen. CandleScience voegt de geurolie toe bij 85 graden. Is de was te koud, dan bindt de geur slecht, is hij veel heter, dan verdampt er een deel.
- Roer de geurolie er rustig doorheen, ongeveer twee minuten. Niet kloppen, want dan komt er lucht in.
- Giet de was in de potjes. In de handleiding gebeurt dat bij ongeveer 71 graden. Klem de lont recht met de lonthouder of de satéprikkers.
- Laat de kaarsen op kamertemperatuur afkoelen, uit de tocht. Niet in de koelkast, want dan krijgt de was barsten en luchtgaten.
- Knip de lont af op ongeveer zes millimeter.
Brand hem daarna nog niet meteen. Een geurkaars van natuurlijke was ruikt sterker als hij een paar dagen heeft kunnen rusten met een deksel erop, zodat de geur zich door de was kan verdelen. Geduld is hier het enige moeilijke onderdeel.
Wat er mis kan gaan
De meeste missers bij een eerste kaars zijn snel te verklaren.
- De bovenkant is hobbelig of heeft een kuil rond de lont. Dat komt van te snel afkoelen. Smelt de bovenste laag kort met een föhn en laat hem rustig opnieuw stollen.
- De kaars ruikt koud wel, maar brandend nauwelijks. Vaak te weinig geurolie, te vroeg gebrand of een lont die te klein is om een volle smeltlaag te maken.
- Er staan druppeltjes olie op de was. Dan zat er meer geurolie in dan de was kon opnemen.
- De vlam rookt. De lont is te lang of te dik voor deze pot.
Brand de kaars de eerste keer tot de hele bovenkant gesmolten is, net als bij een gekochte kaars. Bij een zelfgemaakte kaars is dat extra belangrijk, omdat die eerste brandbeurt bepaalt hoe de was daarna wegsmelt. Zet hem nooit onbewaakt aan, en lees bij huisdieren eerst even wat geurkaarsen en etherische olie met katten en honden doen.
Restjes en lege potten
Heb je oude kaarsen staan met een laagje was op de bodem, dan kun je die ook gebruiken. Smelt de restjes, vis de oude lontjes eruit en giet er een nieuwe kaars van. Hoe dat gaat, staat in kaarsrestjes omsmelten tot een nieuwe kaars. Mengen van verschillende geuren is daarbij wel een gok, dus houd warm en warm bij elkaar, en fris en fris.
Wie liever eerst ruikt welke geur hij thuis wil hebben voordat hij zelf aan de slag gaat, vindt in de geurgids alle geurkaarsen die we bekeken hebben. Daar zie je snel welke geurfamilie je aanspreekt, en die kun je dan zelf namaken.




Geef een reactie