Contact

Overschot aan zonnestroom: wat je ermee doet nu salderen stopt en delen stokt

Liz· Bijgewerkt op 14 september 2026· 5 min lezen
Overschot aan zonnestroom: wat je ermee doet nu salderen stopt en delen stokt

Wie zonnepanelen op het dak heeft, kreeg de afgelopen maanden twee berichten die elkaar bijten. Het ene: vanaf 1 januari 2027 mag je niet meer salderen, en krijg je voor elke kilowattuur die je aan het net levert een veel kleinere vergoeding. Het andere: het kabinet wil energie delen mogelijk maken, zodat je je overschot kunt verkopen aan de buren of aan familie. Dat tweede klonk als de oplossing voor het eerste. Maar Vereniging Eigen Huis waarschuwde deze zomer al dat het wetsvoorstel zo in elkaar zit dat energie delen een huishouden nauwelijks iets oplevert. Op deze site stond eerder al waar het voorstel precies op vastloopt: een verplicht afnamepercentage en belasting over de gedeelde stroom.

De vraag die daarna overblijft is een praktische: wat doe je dan wél met de stroom die je op een zonnige middag over hebt? Want dat overschot is groot. Volgens Milieu Centraal verbruikt een gemiddeld huishouden ongeveer 30 procent van zijn eigen zonnestroom zelf. De overige 70 procent gaat het net op, en dat is precies het deel waar je vanaf 2027 bijna niets meer voor krijgt.

Waarom zelf verbruiken de enige knop is die je nu hebt

Milieu Centraal rekent voor dat zelf opgewekte zonnestroom ongeveer vier keer goedkoper is dan stroom die je inkoopt bij je energiebedrijf. Elke kilowattuur die je op het moment van opwekken zelf gebruikt, hoef je ’s avonds niet te kopen. Daar komt bij dat veel energiebedrijven terugleverkosten rekenen per kilowattuur die je aan het net levert. Toezichthouder ACM vindt dat terecht, omdat huishoudens met panelen voor extra onbalans en inkoopkosten zorgen. Stroom die je zelf verbruikt telt niet mee voor die kosten. Zelf verbruiken snijdt dus aan twee kanten: je koopt minder in en je levert minder terug.

Ik vind het eerlijk om erbij te zeggen dat dit geen goudmijn is. Milieu Centraal komt voor een dak met acht panelen (aanschaf rond 3.200 euro) op een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van 190 euro zonder salderen, en voor tien panelen (rond 3.800 euro) op 260 euro. Panelen verdienen zich binnen hun levensduur nog steeds terug, maar de tijd dat je de meterstand op nul kon zetten is voorbij. Wat je nu doet is het verschil kleiner maken.

Wat je vanaf deze week anders kunt doen

Het goede nieuws is dat de grootste winst niets kost. Milieu Centraal zet op zijn pagina over meer zonnestroom zelf verbruiken vier maatregelen op een rij, en de eerste is simpelweg je apparaten verschuiven.

  • Wasmachine, vaatwasser en droger overdag. Vrijwel elk modern apparaat heeft een uitgestelde start. Ruim de vaatwasser ’s avonds in en laat hem rond het middaguur draaien. Dit tilt je eigen verbruik van zo’n 30 naar zo’n 35 procent. Let op het startmoment: wasprogramma’s trekken in het eerste half uur de meeste stroom, dus zet wasmachine en vaatwasser niet tegelijk aan, maar iets na elkaar.
  • De elektrische auto thuis laden als de zon schijnt. Dit is de grote klapper: het eigen verbruik kan van ongeveer 30 naar ongeveer 50 procent. Veel laadpalen en auto-apps kunnen zo worden ingesteld dat het laden automatisch start bij zonnestroom.
  • Het voorraadvat van de warmtepomp overdag verwarmen. Heb je een volledig elektrische warmtepomp, laat het warme water dan midden op de dag opwarmen in plaats van ’s avonds. Afhankelijk van de grootte van het vat scheelt dat 10 tot 20 procent.
  • Nieuwe panelen op oost en west leggen. Alleen relevant als je nog moet plaatsen, maar dan wel de moeite waard: je vangt ochtend- en namiddagzon in plaats van één piek rond het middaguur die je toch niet kwijt kunt.

Wat mij opvalt is hoe weinig mensen die uitgestelde start gebruiken. De knop zit erop, hij kost niets, en hij is het verschil tussen stroom cadeau geven aan het net of hem zelf opmaken.

De thuisbatterij: verleidelijk, maar reken eerst

De logische volgende gedachte is een batterij in de meterkast. Milieu Centraal is daar op zijn pagina over de thuisbatterij opvallend terughoudend over. Een gemiddelde thuisbatterij slaat ongeveer 6 kWh op, kost inclusief omvormer en installatie een paar duizend euro, en er is geen rijkssubsidie. In de zomer is 6 kWh te weinig om al je overschot op te vangen, in de winter leveren de panelen te weinig om hem te vullen. De voorlichtingsorganisatie schrijft letterlijk dat er een reële kans is dat je de batterij niet terugverdient, en dat wie geld wil besparen dat geld beter in isolatie of een warmtepomp steekt.

Wil je er toch een, dan geeft Milieu Centraal een paar nuchtere regels mee: kies hem niet te groot (hij hoeft alleen je avond- en nachtverbruik te dekken, wat je met een P1-meter in de meterkast kunt meten), zet hem op een geventileerde plek en niet in een kast of vluchtroute, en hang er een rook- en koolmonoxidemelder bij. Wie een elektrische auto heeft, heeft trouwens al een batterij van gemiddeld 60 kWh op de oprit staan. Die kun je nog niet gebruiken om je huis te voeden, maar slim laden op zonnestroom heeft op je eigen verbruik ongeveer hetzelfde effect als een thuisbatterij, zonder de aanschaf.

En energie delen dan?

Dat blijft de moeite waard om te volgen, maar reken er voorlopig niet op. Toezichthouder ACM schatte eerder dat een gemiddeld huishouden er in het gunstige geval hooguit 80 tot 160 euro per jaar aan verdient, en daar waren de kosten van virtueel terugleveren en de tarieven van energieleveranciers nog niet in meegenomen. Vereniging Eigen Huis roept de Tweede Kamer op het voorstel aan te passen, en dat de behoefte er is blijkt uit hun ledenonderzoek: 88 procent zou overwegen zonnestroom aan vrienden of familie te verkopen. Tot het voorstel wordt aangepast, is je overschot het meest waard op de plek waar het wordt opgewekt: in je eigen huis, op het moment dat de zon schijnt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *