Woonkamer knus maken voor de herfst: licht, plaids en een warme geur

Het is om zeven uur al schemerig, en over een paar weken is het dan donker. Dat is het moment waarop een woonkamer die in de zomer licht en luchtig voelde, ineens kaal kan aanvoelen. De neiging is om er dan van alles bij te zetten, een extra kleed, drie kussens, een schaal met pompoenen. Maar knus komt niet van meer spullen. Het komt van lagen, in licht, in textiel en in geur. Wie die drie goed op elkaar afstemt, heeft met een paar kleine ingrepen een kamer waar je op een regenavond niet meer uit wilt.
Begin bij het licht
Het Amerikaanse woonplatform The Spruce verzamelde ideeën voor een knusse woonkamer, en wie zo’n lijst doorloopt, ziet dat het meeste terugkomt op dezelfde drie lagen. Voor mij begint het bij het licht. Een kamer met alleen een plafondlamp voelt nooit gezellig, hoe mooi de bank ook is. Het licht komt dan van boven, alles is even fel, en er zijn geen schaduwen waar de kamer diepte van krijgt.
Denk in drie lagen. Het basislicht mag blijven, maar dan gedimd of alleen aan als je iets zoekt. Daaronder komen lampen op ooghoogte of lager, een staande lamp naast de bank, een tafellamp op het dressoir, een klein lampje in de boekenkast. En de derde laag is het licht dat je niet als lamp ziet, een snoer achter een kast of een kaars op tafel. Drie of vier lichtpunten verspreid door de kamer doen meer dan één felle lamp in het midden.
Let vooral op de kleur van het licht. Warm wit, het gelige licht dat aan een ouderwetse gloeilamp doet denken, hoort in de avond in de woonkamer thuis. Koel wit laat een kamer ’s avonds aanvoelen als een kantoor. Bij de eettafel speelt ook de hoogte mee, en hoe je dat goed doet, staat in op welke hoogte je een lamp boven de eettafel hangt.
Textiel dat je wilt aanraken
Na het licht komt wat je voelt. Een plaid over de leuning, een kleed onder de salontafel, een paar kussens met een andere structuur dan de bank. Het gaat niet om de hoeveelheid maar om het materiaal. Wol, gebreid katoen, bouclé, corduroy en velours hebben een oppervlak dat licht vangt en er daardoor warm uitziet, nog voor je ze aanraakt. Een glad polyester kussen doet dat niet, hoe dik het ook is.
Mijn advies is om in kleur rustig te blijven en de variatie in de stof te zoeken. Twee of drie tinten uit dezelfde hoek, bijvoorbeeld zandkleur, roest en diep groen, en daarbinnen verschillende materialen. Dan ziet het er rijk uit zonder dat de kamer vol raakt. En een plaid die je echt gebruikt, ligt op de bank waar je zit en niet netjes gevouwen in een mand, want dan pak je hem nooit.
Een vloerkleed maakt het meeste verschil in een kamer met een harde vloer. Het dempt het geluid, het voelt warmer aan je voeten, en het bakent de zithoek af zodat die als een eigen plek aanvoelt. Wie meer wil weten over warm wonen zonder dat de stijl verdwijnt, vindt ideeën in warmer wonen zonder je interieurstijl te verliezen.
Een warme geur als laatste laag
Geur is de laag die de meeste mensen overslaan, en het is de laag die een kamer pas echt af maakt. Een herfstgeur hoeft niet zoet te zijn. Houtachtige geuren als ceder en sandelhout, een beetje amber of een kruidige noot van kaneel en kruidnagel maken een kamer warm zonder dat hij naar een bakkerij ruikt. Welke geurkaarsen daarvoor passen, staat in welke geurkaarsen passen bij de herfst. Uit onze geurgids zou ik zelf kijken naar de Ritual of Mehr geurkaars van Rituals of de Apple Cinnamon geurkaars als je van iets kruidigs houdt.
Twee dingen gaan vaak mis. Het eerste is een te kleine kaars in een grote kamer, zodat je er niets van ruikt, of juist een grote kaars in een kleine kamer, zodat je na een uur hoofdpijn hebt. Hoe je dat afstemt, lees je in welke maat geurkaars bij je kamer past. Het tweede is dat de zomergeur nog gewoon in de hal staat terwijl de herfstkaars in de woonkamer brandt. Dan ruik je allebei en geen van beide goed. De volgorde om dat netjes over te zetten staat in van zomergeur naar herfstgeur.
Niet vol, wel af
Wat ik in deze tijd van het jaar vooral zie, is dat mensen knus verwarren met vol. Een kamer wordt niet gezelliger van tien decoratiestukken op de vensterbank. Haal eerder iets weg, zodat de lampen, de plaid en een brandende kaars de ruimte krijgen. Een lege plek naast de bank waar je een kop thee kwijt kunt, is meer waard dan een extra vaas.
Doe het in deze volgorde en kijk na elke stap of het al genoeg is. Eerst de lampen, dan het textiel, dan de geur. Vaak ben je na de eerste twee al verder dan je dacht, en maakt de kaars het op de avond af. Blaas hem aan het eind van de avond niet uit maar doof hem, waarom dat verschil maakt staat in waarom je een kaars beter niet uitblaast.




Geef een reactie