Welk hout stook je wel en welk hout beter niet

Zodra de avonden korter worden, komt bij ons de eerste vraag van het seizoen terug: wat gooien we er eigenlijk in? In de meeste schuren ligt een mengelmoes van gekloofd hout van de buurman, een restant plinten van de verbouwing en een zak aanmaakblokjes van vorig jaar. Dat mengsel bepaalt meer dan je denkt. Ik durf te zeggen dat het grootste deel van de klachten over een rokende haard niets met de schoorsteen te maken heeft, maar met wat er brandt. Nat hout, verkeerd hout of te dik hout geeft een lage vlam, veel rook en een aanslag die je hele kamer laat ruiken.
Vochtgehalte gaat voor houtsoort
Voordat je gaat kiezen tussen beuk en berk: het vochtpercentage weegt zwaarder dan de soort. Vers gekapt hout zit rond de 50 procent vocht. Dat vocht moet eerst verdampen voordat er warmte vrijkomt, dus je stookt in feite je eigen water op. Wat je wilt is hout onder de 20 procent, en liefst rond de 15. Dat hoor je ook: droog hout klinkt hol als je twee stukken tegen elkaar tikt, nat hout klinkt dof. Een vochtmeter kost bij de bouwmarkt tussen de 15 en 30 euro en is de beste investering van het hele stookseizoen, omdat je er meteen mee kunt controleren of die “ovengedroogde” zak van het tankstation echt droog is.
Hout drogen duurt langer dan verkopers zeggen. Voor zacht loofhout reken je op ruim een jaar, voor eiken en beuken op twee jaar, gekloofd en opgestapeld op een luchtige plek. Ligt het onder een zeil in de tuin, dan droogt het niet, dan zweet het.
De houtsoorten naast elkaar
De verschillen tussen soorten zitten vooral in dichtheid, en dichtheid bepaalt hoe lang een blok meegaat. Zwaar hout brandt langer en rustiger, licht hout vlamt sneller op en is daardoor prettiger om mee te beginnen.
| Houtsoort | Brandgedrag | Vonken en rook | Waar het goed voor is |
|---|---|---|---|
| Beuk | Zwaar, brandt lang en gelijkmatig | Weinig vonken, rustige vlam | Het werkpaard van de open haard, ook mooi vlambeeld |
| Eik | Zeer zwaar, gloeit lang na | Weinig vonken, moet echt goed droog zijn | Lange avonden en gesloten kachels |
| Es | Zwaar, brandt schoon | Zeer weinig rook | De prettigste soort voor wie snel warmte wil |
| Berk | Middelzwaar, vlamt snel op | Kan wat roet geven door de schors | Aanmaken en korte avonden |
| Fruithout (appel, kers) | Middelzwaar, brandt langzaam | Aangename geur | Sfeer, mits echt twee jaar gedroogd |
| Naaldhout (den, spar) | Licht, brandt snel op | Spat en vonkt door hars | Alleen als aanmaakhout, nooit als hoofdmoot in een open haard |
| Wilg en populier | Licht, weinig warmte | Veel rook, moeilijk droog te krijgen | Laat liggen, het is meer werk dan warmte |
Wie een open haard heeft zonder glasruit doet er goed aan naaldhout helemaal over te slaan, ook als aanmaakhout. Hars spat, en een vonk op een wollen kleed maakt in twee tellen een gaatje dat er nooit meer uitgaat. In een gesloten kachel of inzethaard is een paar dunne latjes den als starter geen probleem.
Wat er nooit in mag
Dit deel is belangrijker dan de tabel hierboven, want hier gaat het van jammer naar gevaarlijk. Geverfd, gelakt of geïmpregneerd hout hoort niet in een haard: bij verbranding komen stoffen vrij die je niet in je woonkamer wilt hebben en die ook je schoorsteen aantasten. Datzelfde geldt voor spaanplaat, mdf, multiplex, oude pallets met blauwe of groene stempels, en voor sloophout waar spijkers en lijm in zitten. Een kerstboom in januari is een klassieker die elk jaar terugkeert en elk jaar een slecht idee blijft: hij is nat, zit vol hars en geeft een steekvlam.
Ook geen tuinafval, geen bladeren, geen glossy tijdschriften en geen dikke stapels karton. Die laatste vliegen als brandende vlokken de schoorsteen in en kunnen daar de aanslag aansteken. Een kleine hoeveelheid ongebleekt papier als aanmaker kan, meer niet. En stook nooit met vloeibare aanmaakmiddelen die daar niet voor bedoeld zijn: spiritus of benzine in een haard is levensgevaarlijk. Meng ook nooit schoonmaakmiddelen of restjes chemie bij het vuur om iets sneller te laten branden.
Een koolmonoxidemelder hoort in elke ruimte met een open vuur, ook bij een haard die het altijd goed heeft gedaan. Koolmonoxide ruik je niet en zie je niet, en juist bij een verstopte of koude schoorsteen slaat het naar binnen. Hang de melder op ademhoogte in dezelfde ruimte als het toestel, niet vlak boven de haard zelf. Zorg daarnaast dat je woning genoeg lucht toelaat: sinds veel huizen zijn nageïsoleerd en kierdicht gemaakt, kan een haard letterlijk lucht tekort komen. Dat is de keerzijde van een goed dichtgezette woning, iets wat ook naar voren komt in ons stuk over de vraag of jouw woning al goed genoeg geïsoleerd is.
Waar je het koopt en wat het kost
Voor kleine hoeveelheden zijn Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach de makkelijkste adressen: netten van 10 tot 20 kilo, meestal ovengedroogd, tussen de 8 en 15 euro per net. Handig als je vijf keer per winter stookt, duur als je elke week de haard aan hebt. Tuincentra en tankstations zitten in dezelfde prijsklasse en zijn vooral een noodoplossing.
Wie serieus stookt, koopt bij een lokale houthandel of bij een boswachterij die hout uit dunning verkoopt. Daar reken je per kuub (een stapelmeter) en zit je met droog beuken of eiken vaak tussen de 90 en 160 euro per kuub, exclusief bezorging. Vraag altijd naar het vochtpercentage en naar het jaar van kappen, en meet zelf na als het geleverd is. Marktplaats is een gok: veel aanbod is versgekapt hout dat als haardklaar wordt verkocht.
Opslaan zonder de schuur te verpesten
Stapel het hout buiten, onder een afdak of onder een schuine plaat, met de zijkanten open zodat de wind erdoor kan. Leg de onderste laag op pallets of latten, nooit direct op de grond. Binnen bewaar je alleen wat je die week opstookt: een grote stapel in de woonkamer brengt vocht mee en soms ook houtwormkevers en spinnen. Een mand naast de haard is genoeg, en die staat er ook nog eens gezellig bij, zeker in een avondhoek die je bewust hebt ingericht.
Stoken met de buren in gedachten
Houtrook is de laatste jaren een gevoelig onderwerp geworden, en dat is niet zonder reden: bij windstil weer blijft de rook hangen in de straat. Het RIVM geeft daarom een stookalert af op dagen dat de omstandigheden ongunstig zijn. Ik vind dat je daar gewoon naar kunt kijken voordat je de haard aansteekt. Een avond overslaan kost je niets, en het scheelt discussie over de schutting.
Steek verder aan van boven naar beneden: grote blokken onderin, dunner hout erop, aanmaakblokje bovenop. Het vuur brandt dan naar beneden door en de rook trekt door de hete vlam heen in plaats van er koud langs. Je ziet het meteen aan de schoorsteen buiten, die hoort na vijf minuten nauwelijks te roken. Ruikt je huis na een avond stoken toch naar rook, dan is er iets mis met de trek, en dan helpt geen geurkaars maar alleen een oplossing bij de bron. Wat je daarna met de achtergebleven lucht doet, staat in ons artikel over rookgeur verwijderen in huis.
Kortom: koop minder hout dan je denkt nodig te hebben, maar koop het droog. Een klein stapeltje es of beuk van 15 procent geeft meer warmte en minder gedoe dan een halve schuur vol berkenhout dat vorige maand nog een boom was.




Geef een reactie