Chrysanten in de tuin: vijf plekken waar ze het nooit goed doen

Ze staan nu overal: bij het tuincentrum, bij de supermarkt, op de markt, in emmers bij het benzinestation. Bolchrysanten in oranje, roestrood, geel en paars, voor een paar euro per stuk. De chrysant is de plant van september, en terecht: hij bloeit precies op het moment dat de rest van de tuin ermee ophoudt. Maar er gaat opvallend veel mis in de weken erna. De plant wordt slap, de onderste bladeren worden bruin, er komt een grijs waas over het blad, en dan gaat hij bij het tuinafval. Vrijwel altijd ligt dat niet aan de plant maar aan de plek.
Het Amerikaanse tuinplatform The Spruce vroeg vandaag twee kwekers waar je chrysanten in elk geval niet moet zetten. Ik heb hun vijf plekken hieronder vertaald naar een Nederlandse tuin, en er toegevoegd wat de Nederlandse redactie van Gardeners’ World zegt over water, voeding en de winter.
Vijf plekken waar een chrysant het opgeeft
1. In de schaduw. Chrysanten zijn zonplanten die zes tot acht uur licht per dag willen. Horticulturist Justin Hancock van kwekerij Costa Farms zegt tegen The Spruce dat planten in de schaduw slapper groeien, veel minder bloemen geven en gevoeliger worden voor ziekten, vooral meeldauw. Dat grijze waas dat je op chrysanten ziet, is vaak precies dat. Er is één uitzondering: een pot die je alleen een paar weken op het terras wilt hebben, mag best in de halfschaduw staan. Wil je dat de plant blijft, dan moet hij in de zon.
2. Op grond die niet afwatert. Chrysanten houden niet van natte voeten. Staan ze in een hoek waar het water na een bui blijft staan, dan rotten de wortels. In de border helpt het om compost door de grond te werken; op een lastige plek is een verhoogd bed beter. In een pot geldt hetzelfde: gebruik luchtige potgrond en een pot met gaten in de bodem. Die sierpot zonder gat waar hij zo mooi in staat, is een van de meest voorkomende manieren om een chrysant te verdrinken.
3. In zware klei. Dit hangt samen met het vorige punt, maar het is een aparte valkuil, want klei kan er droog uitzien terwijl de wortels er niet doorheen komen. Hancock geeft een handige test: blijft het water na een flinke regenbui lang staan, of is de grond zo dik dat je er nauwelijks een schep in krijgt, dan is het geen plek voor een chrysant. Ook hier is compost of ander organisch materiaal de remedie, en dat kun je nu, in september, nog prima doorwerken.
4. Onder de sproeier. Chrysanten groeien zo dicht dat blad dat nat wordt, nat blijft. Kweker Melissa Frost van Frost Farms adviseert daarom altijd bij de voet water te geven en nooit over de plant heen. Een plek in de baan van een tuinsproeier of onder een lekkende dakgoot is dus een slechte plek, hoe zonnig ook.
5. In een klimaat dat niet past. Dit vijfde punt is voor Amerikaanse lezers geschreven, met hun klimaatzones, en gaat in Nederland over iets anders. Bij ons is de vraag niet of het te koud of te warm is, maar welke chrysant je hebt gekocht. Gardeners’ World legt uit dat tuinchrysanten winterhard of half-winterhard kunnen zijn. De winterharde soorten overleven buiten en lopen volgend jaar opnieuw uit; de half-winterharde haal je in de herfst uit de grond en zet je in een kas, of je knipt ze terug en bewaart ze in een pot op een lichte, licht vochtige plek. En de kamerchrysant, die je bij de bloemist koopt, hoort helemaal niet buiten: die is vorstgevoelig en gaat na de bloei zelden nog een keer bloeien.
Wat dan wél werkt, in pot en in de border
De ideale plek volgt uit het lijstje hierboven: zon, beschut tegen wind, en voedzame grond die water doorlaat. Gardeners’ World noemt dat als de enige echte eis, of de plant nu in een pot of in de border staat. Wie een chrysant in de grond zet, kan dat in september nog goed doen; het hoort ook bij de klussen die je half september nog wilt doen. Meng organisch materiaal door het plantgat en geef de plant meteen steun, want zeker de hogere soorten vallen om zodra ze zwaar van de bloemen zijn.
Voor een pot op het terras heb je weinig nodig: een pot met afwateringsgat, universele potgrond, eventueel een laagje hydrokorrels onderin, en een schoteltje dat je na een regenbui leeggiet. Alles daarvoor koop je bij het tuincentrum of de bouwmarkt; de planten zelf haal ik liever bij een kwekerij of tuincentrum dan bij de supermarkt, omdat je daar kunt zien of het een winterharde tuinchrysant is of een wegwerpplant.
Water en voeding: minder vaak dan je denkt
Het advies van Gardeners’ World is om chrysanten in de zomer regelmatig water te geven, en planten in potten vanaf het late voorjaar vloeibare plantenvoeding. Zodra de bloemknoppen opengaan, stop je met voeden; de plant heeft dan alles wat hij nodig heeft en extra voeding rekt alleen het blad. Voor de bolchrysant die je nu koopt, betekent dat: geen voeding meer, wel opletten met water. Een pot droogt veel sneller uit dan de border, zeker op een zonnig terras met wind, dus steek elke paar dagen een vinger in de potgrond. Voelt die droog, geef dan water bij de voet tot het onderuit loopt en giet het schoteltje leeg. Voelt hij nat, wacht dan. Natte grond doet meer kwaad dan een dag droogte.
Een chrysant die uitgebloeid is, gooi je overigens niet meteen weg. Bij de enkelbloemige soorten haal je uitgebloeide bloemen weg zodat de plant energie in nieuwe knoppen steekt, en een winterharde soort knip je na de bloei terug en laat je op een droge, zonnige plek staan. De kans is groot dat hij volgend jaar september gewoon weer meedoet, en dan wel op de goede plek.




Geef een reactie