Waarom je een kaars beter niet uitblaast

Je blaast een kaars uit, er kringelt een sliert rook omhoog en de kamer ruikt de eerste minuut daarna vooral naar verbrande lont. Dat is niet toevallig en het is ook geen kwestie van smaak: uitblazen is de slechtste van de vier manieren om een kaars te doven. Het kost je geur, het geeft roet, en bij een kaars met een flinke waspoel spat er meer was over de rand dan je zou denken.
Wat er gebeurt als je blaast
Een brandende kaars verbrandt geen was maar wasdamp. De vlam trekt vloeibare was omhoog door de lont, verdampt die en verbrandt de damp. Blaas je de vlam weg, dan houdt die verbranding op maar blijft de lont een paar seconden heet genoeg om door te dampen. Die damp verbrandt nu niet meer en komt als een dikke witte sliert de kamer in, samen met roetdeeltjes die daarna op de rand van het glas en op de muur erachter neerslaan.
Daar komt de luchtstroom bij. Een flinke blaas over een waspoel van een paar millimeter diep verplaatst hete was naar de rand, en bij een brede kaars met drie lonten kun je zo een spat op het tafelblad krijgen. Niet gevaarlijk, wel jammer van de tafel.
De vier manieren naast elkaar
| Methode | Rook | Wat het kost | Wanneer handig |
|---|---|---|---|
| Uitblazen | Veel | Niets, je hebt het altijd bij je | Als er niets anders is |
| Dompelaar (lont in de was drukken) | Vrijwel geen | € 5 tot € 12 | Bij kaarsen in een glas, geeft de beste geur bij het opnieuw aansteken |
| Kaarsensnuiter (klokje over de vlam) | Weinig | € 6 tot € 15 | Bij dinerkaarsen en op moeilijk bereikbare plekken |
| Deksel op de pot | Weinig | Zit er vaak bij | Als je de geur wilt bewaren, maar pas op met heet glas |
De dompelaar wint bij mij. Je drukt de gloeiende lont een halve seconde onder de vloeibare was en trekt hem meteen weer recht overeind. De vlam is uit, er komt vrijwel geen rook, en de lont is meteen voorzien van een laagje was waardoor hij de volgende avond makkelijker aanslaat. Vergeet dat rechtzetten niet: een lont die in de was blijft liggen en stolt, is de volgende keer bijna niet aan te krijgen.
Het deksel is geen dover
Bij veel geurkaarsen zit een metalen of glazen deksel. Dat deksel is bedoeld om de kaars stofvrij te houden en de geur vast te houden als hij níet brandt. Je kunt er een vlam mee smoren, en dat werkt ook, maar leg hem er dan niet meteen strak op: het glas is heet, de restwarmte kan het deksel vastzuigen en de damp die eronder blijft hangen slaat neer op de was. Doof liever met de dompelaar en leg het deksel er pas op als het glas is afgekoeld.
Wat je koopt en waar
Een dompelaar en een snuiter liggen bij woonwinkels, kaarsenwinkels en de betere huishoudzaak, vaak samen in een setje met een lontenschaar. Kringloopwinkels zijn hier trouwens een goede plek: koperen snuiters uit de jaren zeventig zijn er in overvloed en werken precies zo goed als een nieuwe. Wat je nodig hebt is dit:
- Een dompelaar met een lange steel, zodat je bij een diepe pot ook nog bij de lont kunt
- Eventueel een snuiter voor dinerkaarsen
- Een lontenschaar of gewoon een nagelschaartje voor het terugknippen naar een halve centimeter
- Een schoteltje om de dompelaar op te leggen, want er blijft was aan hangen
Waarom ik hier moeilijk over doe
Omdat het verschil groter is dan het klinkt. Ik brandde jarenlang kaarsen die ik netjes uitblies, en ik dacht dat de zwarte aanslag op de binnenkant van het glas erbij hoorde. Dat hoort er niet bij. Sinds ik doof met een dompelaar zijn mijn potten schoon, ruikt de kamer na het doven nog naar de kaars in plaats van naar rook, en gaat de lont de volgende keer in één keer aan. Het is een handeling van twee seconden die je een kaars lang beter laat ruiken, en dat is een betere investering dan een duurdere kaars kopen.




Geef een reactie