Kaarsrestjes omsmelten tot een nieuwe kaars in een jampot

In het kastje onder mijn kookeiland staat een schoenendoos met kaarsresten. Bodempjes van glazen potten waar de lont in verdronken is, halve stompkaarsen van kerst, en een enkele waxmelt die ik nooit lekker genoeg vond om op te branden. Ik gooi dat spul niet weg, want het is gewoon nog was, en was smelt. Twee keer per jaar haal ik de doos tevoorschijn en giet ik er nieuwe kaarsen van, meestal in jampotten die ik toch al bewaarde.
Het is geen ingewikkelde klus, maar er zijn drie momenten waarop het misgaat: bij het verwarmen, bij de temperatuur waarop je giet, en bij de lont. Wie die drie onder de knie heeft, houdt er kaarsen aan over die net zo netjes branden als gekochte. Wie er doorheen ramt, houdt een pot met een krater in het midden over en een lont die er scheef uit steekt. Hieronder staat precies hoe ik het doe, in de volgorde waarin je het moet doen.
Wat je nodig hebt en waar je het haalt
- Kaarsresten, gesorteerd per wassoort en zo veel mogelijk per kleurfamilie. Uit je eigen kast, of voor een paar euro per kilo bij de kringloopwinkel.
- Hittebestendige potten. Lege jam- of augurkenpotten zijn ideaal, dik glas en een rechte wand. Nieuwe kaarsenglazen koop je bij de Xenos, de Action of bij een kaarsenmakerij online.
- Lonten met een metalen voetje, in de dikte die bij je pot past. Verkrijgbaar bij online kaarsmakerijwinkels en bij de betere hobbywinkel. Reken op een centimeter of tien lengte per pot.
- Lontstickers of een druppel hobbylijm om het voetje op de bodem vast te zetten.
- Twee satéprikkers of een wasknijper om de lont rechtop te houden tijdens het uitharden. Satéprikkers liggen bij elke supermarkt.
- Een oude steelpan plus een hittebestendige kan of een leeg conservenblik voor het au bain-marie smelten. De kringloop is hier je beste vriend, want het blik dat je hiervoor gebruikt wil je nooit meer voor soep.
- Een keukenthermometer die tot minstens honderd graden meet. HEMA, Blokker of de kookwinkel, vanaf een euro of acht.
- Een pincet of oude tang om de oude lontvoetjes uit de zachte was te vissen.
- Krantenpapier en keukenpapier, want er valt altijd was naast.
- Optioneel: geurolie die geschikt is voor kaarsen, bij een kaarsenmakerij of drogisterij met een hobbyafdeling.
Zo doe je het, stap voor stap
- Sorteer de resten op wassoort. Sojawas, paraffine en bijenwas hebben allemaal een ander smeltpunt en een ander krimpgedrag. Meng je ze door elkaar, dan krijg je een kaars die vlekkerig uithardt en onregelmatig brandt. Sojawas is zacht en wit en laat zich met je nagel indeuken, paraffine is harder en glanzender, bijenwas is geel en ruikt naar honing. Twijfel je over wat je in handen hebt, dan helpt het verschil tussen soja, raapzaad en bijenwas om de juiste stapels te maken.
- Haal de oude lonten eruit. Zet de potten een kwartier in een bak lauw water of even in de zon, dan laat de was los van het glas en kun je het blokje er in één keer uit duwen. Knip de oude lont weg en trek het metalen voetje eruit met een pincet. Dat voetje moet echt weg, want een tweede lont naast de eerste is vragen om een vlam die alle kanten op zwiept.
- Maak de potten schoon. Restjes was verwijder je met heet water en een druppel afwasmiddel, plakresten van etiketten met een beetje slaolie op keukenpapier. Droog ze daarna grondig af, want een druppel water onder de was geeft later een sissende vlam.
- Plak de nieuwe lont op de bodem. Lontsticker eronder, midden in de pot drukken, tien seconden aandrukken. Klem de lont daarna bovenaan tussen twee satéprikkers die dwars over de rand liggen. Dit is de stap waar het bij mij het vaakst misging: een lont die er een halve centimeter naast staat, brandt zich later scheef in en laat één kant van de pot ongebruikt.
- Smelt de was au bain-marie. Zet de kan of het blik met wasbrokken in een pan met een laag kokend water. Nooit rechtstreeks op de pit, want was vat bij hoge temperatuur vlam en dat gaat sneller dan je denkt. Roer af en toe met een spatel en wacht rustig tot alles vloeibaar is.
- Meet de temperatuur en laat de was afkoelen tot rond de zestig graden. Sojawas smelt al bij een graad of vijftig, maar je smelt hem meestal warmer om alles vloeibaar te krijgen. Gieten doe je koeler dan je denkt. Te heet gieten geeft scheuren, luchtbellen en een ingezakt midden.
- Voeg pas dan eventuele geur toe. Roer de olie er langzaam doorheen, ongeveer een minuut lang. Vergeet niet dat je oude resten al geur bevatten, dus doseer voorzichtig. Ik voeg meestal helemaal niets toe en laat de gemengde restgeur zijn werk doen, wat verrassend vaak beter uitpakt dan mijn eigen combinaties.
- Giet in één vloeiende beweging. Stop ongeveer anderhalve centimeter onder de rand. Giet je in schokjes, dan krijg je zichtbare lagen in het glas. Houd een klein restje gesmolten was achter in de kan.
- Laat rustig uitharden op kamertemperatuur. Niet in de koelkast, niet op de vensterbank in de zon. Een tochtvrije plek op het aanrecht is het beste. Na een uur of vier zie je of er een kuiltje rond de lont is ontstaan.
- Vul het kuiltje bij met het achtergehouden restje. Smelt dat opnieuw, giet het voorzichtig in de holte en laat de kaars nog een nacht staan. Dit heet nagieten en het is het verschil tussen een amateuristisch en een net eindresultaat.
- Knip de lont af op ongeveer vijf millimeter en laat de kaars een paar dagen staan voordat je hem aansteekt. Sojawas heeft die rusttijd nodig om de geur te binden.
- Brand de eerste keer lang genoeg. De hele bovenlaag moet vloeibaar worden, en dat duurt bij een brede pot al gauw twee uur. Doe je dat niet, dan onthoudt de was die eerste rand en brandt je kaars voor altijd in een smal kokertje naar beneden. Hoe je dat tunnelen voorkomt en de lont blijft trimmen is bij een zelfgegoten kaars nog belangrijker dan bij een gekochte, omdat je lontdikte een schatting is en geen fabrieksberekening.
De lontdikte is het enige echte gokwerk
Alles in dit klusje is te meten behalve de lont. Een te dunne lont geeft een klein vlammetje dat een tunneltje boort, een te dikke lont geeft een hoge, roetende vlam en een pot die te heet wordt om vast te pakken. Bij een pot van zeven centimeter doorsnee zit je met een middelmaat meestal goed, maar dat hangt ook af van de wassoort en van hoeveel geur erin zit. Mijn advies: koop de eerste keer twee diktes en giet twee potten uit dezelfde smelt, elk met een andere lont. Na één avond branden weet je welke van de twee je voortaan moet hebben, en die kennis is meer waard dan welke tabel dan ook.
Wat mij betreft is dit trouwens de eerlijkste manier van kaarsen maken die er is. Er wordt in kaarsenland veel gepraat over pure wassoorten en handgegoten ambacht, en daar is niets mis mee, maar de was die je thuis al hebt liggen is de was die al betaald is en al gemaakt is. Een pot met resten van vier verschillende kaarsen brandt geen seconde slechter, hij ziet er alleen minder uniform uit. Bij mij staan die potten in de badkamer en op de werkkamer, waar niemand ze fotografeert.
Wil je liever helemaal opnieuw beginnen met verse was en een uitgerekende geurdosering, dan is de complete route van gieten, geuren en lonten een betere plek om te starten. Maar gooi die schoenendoos in elk geval niet weg. Er zit zo een avond werk en zes nieuwe kaarsen in.




Geef een reactie